Specials
Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 1)
Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 1)
Het levensverhaal van Eddy Meeùs en zijn Walibi
Dankzij Jan Vervaet en Tom Vanlangendijck hebben we samenvattingen kunnen bemachtigen van het boek "Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi". Dit boek werd geschreven door Eddy Meeùs, oprichter van de Walibi-pretparkengroep.
Wij willen Jan en Tom zeer hard bedanken voor het schrijven van deze samenvattingen en we hopen dan ook dat je door het lezen van deze samenvattingen meer zicht krijgt over hoe Walibi ontstaan is en wat Eddy Meeùs voor het park betekend heeft.
Deel 1: "De lange voorbereidingen"
*) In 1970 keerde Eddy Meeùs op 45-jarige leeftijd terug naar België. Zijn werk in Zaïre had zijn vruchten afgeworpen. Vele miljoenen had hij in Afrika weten te verdienen. Maar wat zou hij nu doen? Zou hij met pensioen gaan, of een nieuw avontuur tegemoet gaan? Hij ging langs bij verschillende bankiers, om raad te vragen. Hoofdzakelijk hadden deze mensen geen deftige ideeën, tot iemand hem zei dat de toekomst in de vrijetijdsbesteding ligt.
Er was een idee om een safaripark te beginnen. 8 personen zouden elk 25 à 30 miljoen investeren in het park. Het draaide jammer genoeg op niets uit, in Luxemburg mochten ze niets wijzigen aan het beschikbare terrein, en in Philippeville draaide het van in het begin op een flop uit...
*) Hoe ontstonden nu de ideeën omtrent Walibi? Het begon allemaal heel eenvoudig. Eddy Meeùs zat op een zekere dag in de wachtzaal van de tandarts, toen hij in een magazine een artikel zag dat er een Duitse uitvinder, Rixen, een nieuw soort waterski had uitgevonden. De skiër zou niet worden voortgetrokken dmv een motorboot, maar door middel van een kabel. De uitvinding heette de "téléski nautique". Eddy Meeùs was zodanig geïnteresseerd in deze uitvinding, dat hij spontaan naar Duitsland vertrok om met de man een gesprek te hebben. Uiteindelijk kwam het tot een contract, waardoor Eddy Meeùs de toelating kreeg om als enige persoon de "téléski nautique" in de Benelux te verkopen.
Maar hoe moest hij deze uitvinding presenteren? Daarvoor moest hij een grote vijver of zo nodig hebben. Het toeval wil dat er net op die moment een enorme vijver (+ landbouwgrond) te koop was in Limal. Deze kocht hij dan natuurlijk onmiddellijk. Hij beschikte nu over 7 hectare terrein, waarvan 3 hectare door de vijver in beslag genomen werd. In juli 1972 richtte hij "Les Grands Etangs de Limal" op, dit kostte hem 5 miljoen Belgische frank.
Jammer genoeg staken er enkele problemen de kop op. De vijver diende namelijk nog een stuk verlengd en schoongemaakt te worden en na 2 jaar te hebben geijverd voor de exploitatierechten van de landbouwgronden te bemachtigen diende hij ook nog een bouwvergunning in handen te krijgen. Een ander probleem was dat de voorlopige toegangsweg tot het toekomstige park te smal was, dus diende hij alweer grond bij te kopen om een grote parking te kunnen bouwen en om de toegangsweg te optimaliseren. Dit leidde er uiteindelijk toe dat de heer Meeùs plots 45, ipv 7, hectares grond bezat.
*) Na dit alles begon bij Eddy Meeùs het idee te rijpen voor een park...Hij begon te dromen over een park, met een restaurant met terras, speelplein, sporthal, tennisterreinen en zelfs een heus waterpark (golfslagbad + jacuzzi, hier krijgen we al te maken met de ideeën omtrent Aqualibi!). Helaas bleken deze dromen nogal groots te zijn, en hij had al niet echt veel geld meer dankzij het aankopen van de grond. Dus besloot Eddy Meeùs mensen te zoeken die het project wilden financieren, maar helaas draaide alle tegemoetkomingen op niets uit (de eventuele kandidaten wilden zelf het directeurschap hebben).
Op een dag werd Eddy Meeùs gecontacteerd door een vreemdeling, die gespecialiseerd was in de bouw van attracties/kermismolens. Aangezien Eddy niet genoeg geld had om alles ineens te betalen, stelde de man hem voor om 8 miljoen per jaar te betalen, en dit gedurende 5 jaar. Tot ergernis van Eddy Meeùs vroeg de man plots aan hem om meteen 20 miljoen te geven. Eddy huurde eerst een paar kleine attracties per seizoen, die hij later noodgedwongen zou moeten kopen, omdat de huurprijs te hoog werd dankzij de oliecrisis.
Alsof dit alles nog niet erg genoeg was, werd Eddy Meeùs in die tijd nog eens onteigend van al zijn Zaïrese eigendommen. Dit noopte tot het aangaan van nieuwe leningen, maar het duurde lang eer hij een bankier zou vinden die hem een groot bedrag wou lenen (deze vonden immers dat een park in België geen toekomst had omwille van het slechte weer). Toen hij dan eindelijk een bank had gevonden, fusioneerde deze, net op het moment als zijn dossier aan de commissie zou voorgelegd worden, met een andere bank. Deze bank vond het echter niet noodzakelijk om te investeren in de ideeën van de heer Meeùs, waardoor Eddy Meeùs weer moest beginnen zoeken.
Toen kwam hij in contact met de IPPA-bank die hem gerust 35 miljoen wilden lenen, maar dan zouden AL zijn bezittingen als hypotheek dienen (al deze bezittingen waren 60 miljoen waard, dus de bank zat veilig wat dat betreft). Normaalgezien had het akkoord tussen Meeùs en Ippa moeten plaatsvinden in oktober 1974, maar helaas verbood de regering toen plots banken om geld te lenen (omwille van de inflatie). Uiteindelijk kwamen beide partijen in januari 1975 toch tot een akkoord.
*) Terwijl Eddy Meeùs zich door al deze administratieve problemen worstelde, had hij al een téléski geplaatst te Bernissart, een plaatsje nabij de Franse grens (Later zou hij nog een téléski plaatsen in de Beekse Bergen te Nederland). De burgemeester van Bernissart eiste aanvankelijk 2% van de totale inkomsten van het park op.
Dus 1 jaar voor Walibi vond men in Bernissart al een parkje, gesticht door Eddy Meeùs, dat bestond uit een téléski, speelplein, restaurant, paardenmolen, schiettent, klein treintje en enkele kinderattracties.
Helaas bleef Eddy ook ditmaal niet bespaard van allerlei problemen...Op 1 juni 1974, de openingsdag van het park, waren er bv. nog geen deuren in het restaurant. Ook had de landeigenaar nog steeds geen enkele boom geplant, wat hij nochtans beloofd had (dit dispuut werd uitgevochten in de rechtbank). Tot overmaat van ramp besloot de burgemeester van Bernissart in 1975 opeens de 2% taks op te schroeven naar 13,5% , dit was in die tijd de hoogste taks voor spektakels/ontspanning.
Door toedoen van al deze tegenslagen besloot Eddy Meeùs in 1978 Bernissart achter zich te laten, maar hij vond het wel "een goede leerschool"...
*) Eddy Meeùs ging zich nu dus ten volle concentreren op Waver. Zoals eerder gezegd had hij dus al zijn stichting "Les Grands Etangs de Limal". Deze naam was helaas te lang en Limal was te onbekend voor velen, zodat het niet aangewezen was deze als parknaam te gebruiken. Dus zette hij zijn familie aan het werk, en beloofde een premie uit te loven aan degene die met een goede naam op de proppen zou komen. Er werden zo'n 150 namen bedacht, waaronder "Limalaya", "Limaçon", "Pleasure Park" EN "Kuifjeland" (Kuifje zou later in één van de belangrijkste attracties van het park figureren). Helaas vond Eddy Meeùs deze namen maar niets. Het probleem was dat het park binnen 2 maanden geopend diende te worden, en er moest dringend reclame gemaakt worden. Toen kwam Eddy op het idee om een samenvoeging te maken van de beginletters van Wavre (nabije stad die bekend was), Limal en Bierges (een deel van de parking lag op het grondgebied van Bierges). Zo ontstond de naam "WALIBI" (deze naam deed zoon Thierry spontaan denken aan de "wallaby", een neefje van de kangoeroe. De Kangoeroe zou later HET symbool worden van Walibi. Voor 1978 was deze voorgesteld op ski's, maar na '78 nam het belang van de téléski af, en veranderde de mascotte telkens van "vorm", tot 1985, toen hij zijn definitieve vorm kreeg).
Alle concurrenten heetten hun park in die tijd "recreatiecentrum", maar Eddy Meeùs besloot het Amerikaanse voorbeeld te volgen, en sprak over een "attractiepark".
*) Nu volgen enkele belangrijke medewerkers. In 1975 nam Eddy Dominique Fallon aan, de zoon van een goede vriend. Deze man durfde hem tegen te spreken en bezat een grote fantasie.
Irma Tigny, een kennis uit Afrika, deed in 1974 de administratie voor het park te Bernissart. Daarna kwam ze naar Walibi, alwaar ze de administratie en de financiën voor een groot deel voor haar rekening nam.
Claudio Colli Vignarelli, een oude kolonist, werkte van 1975 tot 1978 in Bernissart. Tot 1983 nam hij de technische kant van Walibi voor zijn rekening. Hierna vertrok hij naar de Kanarie-eilanden...
*) Walibi was een waar familiebedrijf. Als eerste bood zijn dochter Anne zich aan om te komen werken voor Walibi. In 1974 werd ze eerst naar Bernissart gestuurd, en na een jaar ervaring werd ze opgenomen in het "Wavre Team". Later volgden de zonen Yves (in 1977, burgerlijk ingenieur) en Thierry (in 1983, industriëel ingenieur). Tijdens de zomermaanden waakten zij over de téléski en controleerden de verkopers/werknemers.
*) Voor de definitieve opening van Walibi een feit was, doemden nog enkele problemen op...Attracties die voor januari bedoeld waren, werden slechts einde mei geleverd, en die voor april werden in juni geleverd. Toen de eerste achtbaan in verschillende delen geleverd werd, bleek dat de houten blokken, die de achtbaan dienden te stabiliseren, ontbraken. Het voorlopige terrein bestond enkel uit zand, dit dwong Eddy Meeùs om zijn laatste centen te besteden aan grasmatten en graszoden. Het geheel bleef er toch nog steeds een beetje "saai" uitzien, daarom plante men de nacht voor de opening nog overal in het park plastieken tulpen...Wel in orde was de parking. Deze was nl. 10 hectare groot, wat immens was in die tijd. Velen van zijn concurrenten hadden namelijk niet op voorhand nagedacht, waardoor zij het moesten stellen met een kleine parking, of meer parkings diende bij te bouwen.






