Specials

Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 3)

Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 3)

Het levensverhaal van Eddy Meeùs en zijn Walibi

Dankzij Jan Vervaet en Tom Vanlangendijck hebben we samenvattingen kunnen bemachtigen van het boek "Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi". Dit boek werd geschreven door Eddy Meeùs, oprichter van de Walibi-pretparkengroep.
Wij willen Jan en Tom zeer hard bedanken voor het schrijven van deze samenvattingen en we hopen dan ook dat je door het lezen van deze samenvattingen meer zicht krijgt over hoe Walibi ontstaan is en wat Eddy Meeùs voor het park betekend heeft.

Deel 3: "De eerste ontwikkelingen (1978-1982

*) Nu brak de tijd aan dat Walibi zich echt kon gaan ontwikkelen. In de winter van 1977-1978 leende SNCI Eddy Meeùs 50 miljoen Belgische franken, met als hypotheek Walibi. Dankzij dit grote bedrag, kon Walibi heel wat nieuwe attracties aankopen. De nieuwe attracties waren de Jumbo Jet (achtbaan), Sensorama, de vlotten (de oude Gold River Adventure-boten, deze hadden vroeger dus gewoon de vorm van een vlot) en de belangrijkste attractie, de "Wilde Rivier" (later "Rio Grande" gedoopt) met zijn 20 bootjes. Deze attractie was een primeur (wat dus enige risico's inhield) voor Europa, en er werd dus een enorme publiciteit rond gemaakt. De "Wilde Rivier" was een schot in de roos, in 1978 bezochten niet minder dan 700.000 mensen Walibi (200.000 meer dan in 1977!). Dankzij dit succes kregen de financiërders heel wat meer vertrouwen in Walibi, wat ertoe leidde dat men steeds grotere sommen geld leende (toch bleef het knokken om alles tijdig af te betalen).Toen de attracties allemaal geplaatst waren, had men eindelijk de tijd om het park deftig aan te kleden (bloemen/bomen planten).

Ook belangrijk is dat in 1978 zoon Yves het bedrijf verrijkte met zijn technische kennis. Yves werd ook verantwoordelijke voor het budget dat moest dienen voor de technische investeringen. Het werk werd ook steeds beter georganiseerd, de dagen van "waar men iemand nodig heeft, springt er wel eens iemand anders in" waren beëindigd.

Het park werd bestuurd door Claudio Colli Vignarelli (Claudio beschikte over een kleine ploeg mensen, waaronder Tony van Heer en Yves Boulanger). Dochter Anne werd het hoofd van de administratie (zij bepaalde o.a. de werkuren van het personeel), terwijl Dominique Fallon de publiciteit voor zijn rekening nam. In 1978 wierf Eddy Meeùs zijn persoonlijke secretaresse, Romy van Acker, aan en er werd een computer aangeschaft (om het administratieve werk te verlichten).

*) In de winter van 1978-1979 laat SNCI zich van zijn beste kant zien, en leent Walibi een forse 200 miljoen Belgische frank. Hierdoor kon er terug ferm geïnvesteerd worden in het park. De paden werden geasfalteerd, en een legertje van nieuwe attracties versterkte het toenmalige attractie-aanbod. Vanaf 1979 kon de bezoeker genieten van het 50m-hoge Reuzenrad, de mechanische poneys, de Mini-Jeeps, de Old-Timers, de Enterprise en als kers op de taart, de alomgekende Tornado.

Ook ditmaal was deze nieuwe attractie een primeur voor Europa, het was nl. de eerste achtbaan met een dubbele kurkentrekker. De baan veroorzaakte een grote paniek bij de pretparkbezoekers...Was deze baan wel veilig, kon je er niet uitvallen, hoeveel doden zijn er al gevallen bij zo'n baan?? De Tornado is de belichaming van de "Walibi-Spirit", die inhoudt dat Walibi het publiek telkens wil verbazen door nieuwe concepten en Europese primeurs.

Net zoals de "Wilde Rivier" werd de Tornado een gigantisch succes, in 1979 bezochten 900.000 mensen, waaronder deze keer ook veel buitenlanders zoals Duitsers en Nederlanders, het park. De Tornado overtuigde de Efteling om een paar jaar later de mega-achtbaan Python te plaatsen.

De bezoekersaantallen verschilden, naargelang het een weekdag of weekend was. In de week was het redelijk kalm, op zaterdag heerste er "een gezellige bedrijvigheid" en op zondag was het meestal heel druk. Eddy Meeùs merkte terecht op dat lange wachttijden voor verveling zorgden, maar het was ook niet goed om een attractie te hebben waar er helemaal geen wachtrij stond (een klein aanschuifmoment bevordert nl. de parksfeer). Er werd een goed gemiddelde berekend, nl. 15 à 30 minuten wachttijd. Aangezien de mensen toch een tijdje in de wachtrij stonden, besteedde men hieraan aandacht, door ze bv. te decoreren. Ook werden de wachtrijen smal gehouden, zodat men niet kon voorsteken en het idee had dat het goed vooruit ging.

*) "Kuifje en de Zonnetempel" (1975), het pronkstuk uit de beginperiode, werd al gauw een probleemkind. De attractie had een vreselijk lage capaciteit van slechts 200 personen/uur (een goede attractie dient 50 à 80% van het totale aantal bezoekers te kunnen verwerken), wat immense wachtrijen als resultaat betekende. De fabrikant van de attractie garandeerde nochtans dat deze attractie 900 personen/uur kon absorberen. Eddy Meeùs stapte dus boos naar de fabrikant, die hem attent maakte op de kleine lettertjes voor het getal 900, nl. "Max.". Dus moest Walibi de transformaties maar uit eigen zak betalen, na een paar veranderingen slaagde men erin om de capaciteit op te drijven tot 350 à 400 personen/uur. Doch dit werkte lang niet alle problemen van de baan...

De bootjes haakten af en toe in elkaar vast, wat er toe leidde dat de bezoekers vaak 15 minuten in het duister moesten doorbrengen eer ze voort konden varen (de attractie was gehuld in een complete duisternis, slechts de decors/personages waren fluorescerend). Dit leidde in sommige gevallen tot paniek of ergernis. Sommige bezoekers besloten om zelf een uitgang te vinden, en verlieten het bootje om zich vervolgens een weg te banen naar één of andere nooduitgang (terwijl ze op hun tocht vaak decorstukken per ongeluk vernielden). Anderen begonnen dan weer een sigaretje te roken, wat brandgevaar inhield. Dit alles leidde er toe dat in 1980 de Zonnetempel werd gesloopt, en dat men een nieuwe Kuifje-darkride ter vervanging diende te bouwen. Deze werd uiteindelijk "Het Geheim van de Eenhoorn", een veel modernere rit, met een langer parcours, ruimere boten en een capaciteit van 1000 personen/uur.

Sinds 1975 is Kuifje te bespeuren in Walibi, dankzij een contract tussen Walibi en de Uitgeverij Lombard. Kuifje dook op in attracties zoals de Zonnetempel, het Geheim van de Eenhoorn, mechanische pony's (Kuifje in Amerika), mini-jeeps (De Geheimzinnige Ster), Kuifje in de Jungle (vroegere Gold River Adventure). In 1981 werden de kassa's omgebouwd tot huisjes in Syldavische stijl (gebaseerd op het stripverhaal "De Scepter van Ottokar"). In 1987 werd Walibi voorgesteld als een plaats in Syldavië. De inkom van het park werd namelijk door 2 Syldavische soldaten bewaakt, en in de inkomshal van Aqualibi prijkte het portret van Ottokar I.

*) In 1980 pakte Walibi uit met een Belgische primeur nl. een fast-foodkraam. Dit was een beslissing van Eddy's zoon, Yves Meeùs. De medewerkers waren redelijk sceptisch, maar het bleek een gigantisch succes te zijn bij de jeugd. Het Fast-Foodkraam zorgde er namelijk voor dat de bezoeker zo weinig mogelijk tijd verspilde aan eten, zodat hij/zij meer van de attracties kan genieten. Het speelse Walibi-karakter werd ook in de snoep vertegenwoordigd. Zo werd er soft-ice en suikerspinnen (de verkoop hiervan stopte na een tijd, omdat niemand het nog wou verkopen, wegens "smerige werkomstandigheden")verkocht.

*) Walibi had altijd al een goede publiciteit gehad. In 1980 was er een speciaal geval. De chocoladefabrikant Côte d'Or had hetzelfde reclame-bureau als Walibi. Het reclamebureau stelde voor een gezamenlijke stunt te organiseren. Er werden 15 verschillende Walibi-attracties op de verschillende verpakkingen afgebeeld. Had iemand de hele collectie bij elkaar gesprokkeld, dan had die persoon recht op een gratis toegangsticket voor Walibi. Dit was een heel goed plan, omdat dit extra publiciteit betekende voor het park, en het gezelschap van de winnaar diende nog steeds entree te betalen.

Toch stak er een onverwachts probleem de kop op. Er werd gehoopt dat er een 50-tal repen dienden gekocht te worden eer men kans maakte op een gratis ticket. Dit was echter buiten de waard gerekend, want men had niet verwacht dat er op de Belgische scholen een enorme ruilhandel tot stand kwam, en op die manier werden er dus veel meer vrijkaarten bemachtigd.

De actie kon desalniettemin beschouwd worden als een groot succes. Er was een enorme verkoop van chocoladerepen en hele families trokken naar Walibi. Walibi was gelukkig zo slim geweest om de kaarten ongeldig te verklaren tijdens de periode 15 juli-31 augustus (het drukke hoogseizoen). Zo ontvluchtte Walibi de grote massa, en werden vooral de septemberweekends druk bezocht door de winnaars van de aktie. Enige "nadeel" was dat Walibi meer werknemers nodig had voor de ingang.

*) Begin 1981 had Walibi weer een nieuwe lening nodig. De bank vertelde hen dat ze reeds 200 miljoen hadden geleend, en ze vroegen aan Eddy Meeùs of hij dat allemaal wel zou kunnen terugbetalen met de inkomsten van zijn park. Er werd een expert bijgehaald, die de totale waarde van Walibi schatte op zo'n 600 miljoen Belgische frank. Na enige twijfel besloot de bank dan maar om toch een nieuwe som te lenen.

*) Eddy Meeùs en de burgemeester van Limal, de heer Hulet, hadden in 1975 een gesprek betreffende de taks die Eddy Meeùs diende te betalen. Hulet had blijkbaar een goede inborst, hij besloot dat Eddy Meeùs niets diende te betalen gedurende de eerste 5 jaar. Zo had hij de tijd/ruimte om op zijn eigen ritme het park op te bouwen. Daarna zou er opnieuw gepraat worden over een eventuele taks.

Dit feest ging helaas niet door, want op 1 januari 1977 fusioneerde (absorbeerde) Wavre met Limal en Bièrges (dit was reeds beslist in oktober 1975). Hulet vertelde Eddy Meeùs dat de afspraken uit 1975 jammer genoeg niet meer konden gelden. De gemeenteraad kwam daarom samen, en besliste einde maart dat Eddy Meeùs in 1978 2% belasting op alle inkomsten diende te betalen (dit werd beslist door de PRL en de PSC). De oppositie verwierp echter dit voorstel en eiste de maximumtaks van 13,5 %. Eddy Meeùs verzette zich hier driftig tegen, en wierp op dat op die manier de gemeente totaal niets zou kunnen krijgen, omdat hij dan genoodzaakt zou zijn om het park te sluiten. Hij vond het vreselijk onrechtvaardig, en vroeg zich af hoe ze het allemaal in de praktijk gingen toepassen (onder welke categorie viel bv. het toiletgeld?). De meerderheid verwierp het voorstel van de oppositie, en uiteindelijk bereikte Eddy Meeùs dat hij enkel 2% belastingen diende te betalen op de inkomtarieven (dit is zo gebleven gedurende het hele bestaan).

*) Het attractie-aanbod werd in 1981 verrijkt met de komst van het Laserama (een geluid-en lichtspektakel), de Big Yo-Yo (parachute-tower) en een tentoonstelling over de bekende muzikant/wetenschappelijke journalist Paul Damblon.

In 1982 kon Walibi op uitstekend weer rekenen, en voerde het dat jaar een uitzonderlijke reclame-campagne. Dit zorgde voor een opkomst van zo'n 950.000 bezoekers.

1982 was ook het jaar van de intrede van de bekende Sirocco (85km/h en 45m hoog). Van deze baan bestonden er in totaal 7 versies, maar voor Walibi werd dit wederom een Europese première. Een Duitse fabrikant had de baan oorspronkelijk geconstrueerd voor een Japans pretpark, dat een tijdje later failliet ging. Eddy Meeùs stelde voor de baan over te nemen. De constructeur garandeerde hem dat hij enorm veel succes zou hebben met de Sirocco, hij voorspelde dat de attractie 300.000 bezoekers meer naar het park zou lokken. De totale kostprijs was 75 miljoen, waarvan de fabrikant een voorschot kreeg van 45 miljoen, de resterende 30 miljoen zou hij pas krijgen als zijn voorspelling bleek te kloppen.

*) Walibi was niet enkel innoverend op gebied van attracties. Zo was er, zoals in een vorig deel reeds vermeld, het "all-inn"-ingangsticket. Walibi was ook een Europese trendsetter op het gebied van professionele reclamecampagnes (vanaf 1982 hielp Carla Christiaens Dominique Fallon). Bobbejaanland lokte zijn bezoekers door middel van een bekende zanger, nl. Bobbejaan Schoepen. Enkel Meli Park maakte gebruik van affiches, maar deze beperkten zich tot de kust.

Nog niemand had er aan gedacht om het hele land te bereiken. (in België waren er natuurlijk wel extra problemen zoals bv. de verschillende talen) In 1975 hing Walibi affiches uit over het hele land, en in 1976 waren er op "Radio Luxembourg" reclamespots te horen (op die manier bereikte Walibi zijn eerste Franse bezoekers). Vanaf 1978 kon Walibi pas echt grote campagnes voeren, omdat het dan beschikte over enkele grote attracties (zoals bv. de Wilde Rivier). In 1979 verdubbelde Walibi de reclame, en beweerde het "meer dan 50 attracties te hebben" (natuurlijk werden zelfs de kleinste glijbaantjes meegerekend).

De allereerste affiche in 1975 was een soort van regenboog waarin alle attracties werden afgebeeld, maar deze werd spoedig afgevoerd omdat hij veel te onduidelijk was (de attracties waren niet te onderscheiden, slechte wegaanduiding,...). In 1976 stapte Walibi naar een reclamebureau, dat 6 ontwerpen voorstelde. 1 van de 6 werd al gauw weggemoffeld. Toen Eddy Meeùs vroeg waarom ze dat deden, kreeg hij als antwoord dat de kleuren te "schreeuwerig" waren. Eddy Meeùs antwoordde dat dat net de bedoeling was, zo vielen de affiches tenminste goed op. En zo komt het dat de Walibi-affiches/stickers/...steeds voorzien waren van een knalgele achtergrond.

Het grootste deel van de concurrentie vond dat hele reclamegebeuren een "grote strategische fout". Zo zei de toenmalige Efteling-directeur, die werd uitgenodigd voor de opening van het seizoen 1979, tegen Eddy Meeùs dat reclame volkomen nutteloos was in de sector. 3 jaar later begon de Efteling ook met grote reclamecampagnes (zelfs tot in België)...

Uiteindelijk begonnen alle concurrenten grote campagnes op touw te zetten, en werden de Walibi-attracties door vele andere parken "gekloond" (Eddy Meeùs vond dit niet erg, want: "De collectie is goed, wanneer hij geïmiteerd wordt"). Zelfs de Efteling besloot grote investeringen te doen en om de 2 jaar enkele grote attracties te plaatsen.

*) In 1981 kreeg Eddy Meeùs een voorstel om te participeren in een project nl. het Franse park "Avenir Land" (gesticht in 1979, tussen Lyon en Chambéry). Dit was DE kans om internationaal te gaan! Uit voorzichtigheid ging Eddy Meeùs samen in zee met een Franse attractiefabrikant, en samen zorgden ze voor 40% van de "input". Hun participatie werd steeds groter, in 1983 was de helft van de aandelen in handen van Eddy Meeùs en de andere helft in handen van zijn kompaan (de oorspronkelijke eigenaars besloten om zich terug te trekken). Om Walibi niet te veel uit het oog te verliezen, liet hij het beleid van "Avenir Land" over aan zijn partner, terwijl hij zelf een raadgever zou zijn. Al gauw werd het Eddy duidelijk dat zijn partner zicht telkens verzette tegen zijn voorstellen/aanbevelingen. Dit leidde er uiteindelijk toe dat Walibi eind '85 het park overnam.

Helaas hadden de vorige eigenaars totaal geen besef van parkmanagement, wat ervoor zorgde dat Walibi nu alle problemen diende op te lossen. De bestaande contracten waren altijd ten voordele van de exploiteurs, die volop profiteerden (bv. één van hen baatte een ponyparcours uit, en mocht dit gedurende 12 jaar doen, zonder ook maar één duit in het zakje te doen). De situatie werd stilaan onhandelbaar, en uiteindelijk werd de rechtbank erbij betrokken. Beetje bij beetje slaagde Walibi er in alles in eigen handen te krijgen, en na enkele jaren kon "Avenir Land" rendabel worden.

Het idee van de naamverandering kwam er in 1989. Eddy Meeùs belandde in het ziekenhuis, ten gevolge van een hevige astma-aanval. Dominique Fallon ging hem bezoeken, en al gauw werd er over "Avenir Land" gesproken. Fallon stelde voor om in het park een Aqualibi en een Radja River te plaatsen (die attracties waren toen al aanwezig in Walibi Wavre). Fallon was ook nog eens van plan om deftige reclame te maken voor het park, en daarom had hij gedacht om "Avenir Land" om te dopen tot "Walibi Rhône-Alpes" (Walibi genoot van een uitstekend imago, een goede naam zou dus veel bezoekers kunnen lokken). Het park genoot al snel van een uitzonderlijke publiciteit. Zo zorgde bv. het spelprogramma "Intervilles" er voor dat Walibi Rhône-Alpes bekend werd in heel Frankrijk. Jaarlijks zakten zo'n 400.000 bezoekers af naar Walibi Rhône-Alpes (dit aantal vermeerderde telkens bij de komst van nieuwe attracties).

Dit was het begin van de Walibi-expansie. Al gauw stelde Eddy Meeùs zich de vraag of hij niet zou uitbreiden...Hij legde zijn plannen voor aan zijn medewerkers, en die vonden dat ze het erop moesten wagen. Ze hadden immers alle mogelijkheden, dus waarom niet?