Specials

Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 4)

Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi (Deel 4)

Het levensverhaal van Eddy Meeùs en zijn Walibi

Dankzij Jan Vervaet en Tom Vanlangendijck hebben we samenvattingen kunnen bemachtigen van het boek "Hors des sentiers battus - Du Kivu à Walibi". Dit boek werd geschreven door Eddy Meeùs, oprichter van de Walibi-pretparkengroep.
Wij willen Jan en Tom zeer hard bedanken voor het schrijven van deze samenvattingen en we hopen dan ook dat je door het lezen van deze samenvattingen meer zicht krijgt over hoe Walibi ontstaan is en wat Eddy Meeùs voor het park betekend heeft.

Deel 4: "De "vier-band" (1983-1986)

*) De jaren 1983 en 1984 waren tamelijk rustige jaren voor het park, met weinig vernieuwingen. Daarom dat het jaar 1985 (ook natuurlijk owv het 10-jarige bestaan van het park) een jaar was vol nieuwe spektakels. Vanaf 1987, en dit tot 1992, kon men vuurwerk zien in Walibi.

De periode '83-'86 was een bikkelharde periode, dankzij de concurrentie van binnen- EN buitenland. De reclamekosten schoten de lucht in, en er kwam een wedren betreffende kwaliteit en nieuwe investeringen.

*) In 1983 vervoegde Thierry Meeùs het Walibi-team. Hij werd aangesteld als baas van de "betalende diensten" (parking, winkels, restaurants, spelletjes,...).

Eddy's broer René nam de drank en de snacks voor zijn rekening, en vanaf 1981 beheerden Michel Dereume en Didier Pringier (de man van één van Eddy's nichtjes) de souvenirwinkels en de snoepwinkels. Dit alles toont nogmaals het familiale karakter van Walibi aan.

Er werd veel aandacht besteed aan het voedsel (tijdens drukke weekends moest het park soms 20.000 man zien te voeden, ooit werd er op 1 jaar 400.000 liter drank en 400 ton friet verkocht!) en de parking, waar per jaar ongeveer 200.000 auto's op dienden te parkeren.

Ook de souvenirwinkels eisten veel aandacht: vaak maakten de verkoopsters vele vergissingen (als er op 1 dag één bepaald item vaak de deur uitging, zagen ze dit als een "best-seller", terwijl andere items regelmatiger over de toonbank gingen,...) en men diende er ook goed over na te denken welke dingen men allemaal in de winkels zou verkopen (er was bv. eventjes gedacht om zakjes oud brood te verkopen voor 5 Belgische franken, om de eenden in de vijver te voeden, maar dan zou het in en rondom de vijver algauw een vuilnisbelt worden, dus stapte men af van het idee). Het belangrijkste souvenir werd de pluchen mascotte (een idee van Thierry Meeùs), de oranje kangoeroe met het Walibi-shirt om.

*) De "Vier-Band" kwam tot stand door de komst van Thierry. De "Vier-Band" bestond uit de volgende personen: Dominique Fallon (publiciteit en marketing), Anne Meeùs (administratie), Yves Meeùs (technisch directeur) en Thierry Meeùs (de "interne verkopen").

Ze regelden zelf alles spontaan, wat ervoor zorgde dat Eddy Meeùs zich ook wat meer kon bezig houden met Walibi Rhône-Alpes (met als tussenpersoon Françoise Quemin, die in 1994 overleed aan een kanker). Eddy werd vooral geconsulteerd als het ging om nieuwe projecten (administratie en zo was niet aan hem besteed).

Eddy Meeùs ontbeet elke morgen met deze vier mensen, wat hun de kans gaf om ideeën uit te wisselen, elkaar diensten te vragen of info uitwisselen (Indien Eddy Meeùs het niet eens was met één van de plannen, sprak hij daar later persoonlijk over met de betrokkene). Eddy Meeùs had een zeer groot vertrouwen in de groep, wat ervoor zorgde dat hij meer tijd kon maken om nieuwe contacten te leggen en om nieuwe ideeën te bedenken.

*) De kinderen waren bij Walibi de voornaamste bezoekers, maar men mocht ook de ouders niet vergeten. Deze groep had het niet echt begrepen op de sensationele attracties, maar toch amuseerden ze zich telkens in het park. Er rees een nieuwe gedachte: zou het geen goed idee zijn om naast de spectaculaire attracties ook gethematiseerde ontspanning te brengen die meer toegankelijker en creatiever was?

Deze gedachtegang leidde ertoe dat in 1984 de verkoop begon van de pluchen kangoeroes en dat er weer een heleboel nieuwigheden bijkwamen nl. Een Mexicaans Dorp, de poppenshow Panchito en de Zeeleeuwenshow (die als vervanging voor de Dolfijnenshow diende).

In 1985 ontstond het welbekende Ali Baba-Land, wat nog meer door de ouders werd geapprecieerd dan door de kinderen zelf! Deze attractie was een nieuwigheid voor Walibi, en dit omwille van 2 redenen. De eerste reden was dat het hier ging om de allereerste gethematiseerde zone in het park, met diverse spektakels rond één thema. Men vond er palmbomen, minaretten, een labyrint, een overdekt speelplein, een mechanisch spektakel, een galerij, een ijsjesverkoper, een fastfoodkraam en natuurlijk de darkride "Ali Baba". Ali Baba-Land werd trouwens gerealiseerd met de hulp van een Engels bedrijf.

De tweede reden was dat men nu, tijdens de 10de verjaardag van het park, voor het eerst RONDOM de vijver kon wandelen. Zo werden er ook meteen enkele problemen opgelost (sommige attracties hadden bv. heel veel bezoekers, terwijl anderen bijna geen volk trokken).

Dankzij het grote succes van Ali Baba-Land was Walibi voor het eerst in haar geschiedenis in staat om hun schulden af te lossen!

Vanaf 1986 konden de bezoekers genieten van de Rio Salto (2de logflume, met één drop die veel steiler was dan die van de Rio Grande).

*) Walibi had de gewoonte om bij de opening van nieuwe attracties telkens de pers uit te nodigen voor een uitgebreide persvoorstelling. Dit leidde soms tot een paar problemen...

Walibi wachtte altijd eerst de resultaten af van het voorbije seizoen, eer het een grote investering deed. Dat was de reden waarom de bouw van de nieuwe attracties nooit vroeg kon beginnen.

Bij bv. de Tornado was dit het geval. In de winter van 1978-1979 had het 2 maanden hard gesneeuwd. De in Nederland gebouwde Tornado was hierdoor later aangekomen dan voorzien, wat er toe leidde dat de attractie gemonteerd werd 3 maand na de normale datum.

In 1985 had Ali Baba ook te kampen met een dergelijk probleem. Sommige decorstukken lieten op zich wachten, de eerste keer dat Ali Baba volledig operatief was, was op de vooravond van de persvoorstelling (gelukkig werkte alles perfect)! Op de openingsdag was het uitstekend weer. Het personeel was Oosters gekleed, en ontving de talrijke journalisten voor de persconferentie die 's morgens plaats zou vinden in de Pagodes. Er werd een glaasje aangeboden, en uitvoerig gepraat over de nieuwe attractie. Toen om 14h een minister het gezelschap vervoegde, nodigde Eddy de pers uit om de attractie te bezoeken in zijn bijzijn. Er werden 2 boten gebruikt. Nadat de eerste boot de eerste bocht gepasseerd had, gebeurde het onverwachte: Het hele transportmechanisme blokkeerde, de reden was natuurlijk dat de bootjes overladen waren. Yves Meeùs en Dominique Fallon besloten de zaak te redden, en sprongen, in hun beste pak, het water in om zo de boot voort te kunnen duwen. 2 goed geklede technici deden hetzelfde voor de 2de boot. Dit zorgde natuurlijk voor veel gelach, maar dit bewijst nogmaals de toegewijdheid van het personeel.

*) De toegangsprijzen zijn natuurlijk niet altijd dezelfde gebleven. Van 1975 tot 1977 diende de bezoeker 150 BEF neer te tellen voor een dagje Walibi, van 1978 tot 1980 was dit 200 BEF en van 1981 tot 1982 werd de prijs opgedreven tot 250 BEF.

In die tijd controleerde de Staat alle prijzen, om zo de inflatie af te remmen. Voor elke prijsverandering diende men een gemotiveerd dossier naar de administratie te zenden. In 1983-1984 wou Eddy Meeùs nog een prijsverhoging uitvoeren, maar de Minister van Economische Zaken verbood het. Deze prijsverhoging (van 50 BEF) was echter noodzakelijk om de kosten voor de nieuwe projecten te dekken, dus besloot Eddy Meeùs om naar het ministerie te stappen. Na urenlange onderhandelingen mocht hij uiteindelijk een prijsverhoging doorvoeren van 10 BEF. Het jaar erna probeerde hij 60 BEF prijsverhoging af te dwingen, in de hoop om zo een prijsverhoging van 20 BEF te verkrijgen...Deze onderhandelingen werden stilaan te vermoeiend, daarom besloot Eddy om in het vervolg anderen naar het ministerie te sturen.

*) Vanaf 1979 stak een merkwaardig gerucht de kop op. Er werd beweerd dat Walibi de eigendom zou zijn van de Kongolese president Mobutu Sese Seko. In een TV-interview kreeg Eddy Meeùs de kans om te antwoorden op de vraag "Wat is Mobutu's aandeel in de Walibi-business?". "Niets", antwoordde Eddy, "jullie hebben een spijtige vergissing begaan. De zoon van Mobutu noemt gewoon Walibi, dat is alles, dit is een stom toeval en heeft niets te maken met de naam van het park Walibi, dat gewoon een samenvoeging is van de steden Wavre, Limal en Bièrges". In 1982 stelde men zich in het Waals-Brabantse magazine "Tous" de vraag "Van wie is Walibi??". De week erop bewees Eddy Meeùs zwart op wit dat Walibi wel degelijk van hem was, en niet van Mobutu.

Om dit soort misverstanden de kop in te drukken, besloot Eddy Meeùs om vanaf 1985 de nadruk te leggen op de familie Meeùs betreffende het park. Zo werd er bv. in de brochures telkens een klein fotootje van Eddy Meeùs afgebeeld.

*) Walibi heeft veel problemen gekend met bezoekers die gratis probeerden binnen te geraken. Er werden vele redenen verzonnen om toch maar een prijskorting af te dwingen, zoals bv. "we komen enkel om koffie te drinken, de attracties interesseren ons niet" of "het park opent om 10h, en nu is het middag, krijgen we nu geen prijskorting van 20%?".

In de eerste jaren van het park, hanteerde Walibi de "Amerikaanse Regel". Dit hield in dat kinderen jonger dan 4 jaar gratis binnen mochten, vanaf 4 jaar diende iedereen dezelfde prijs te betalen. Daardoor had je vaak kinderen van bv. 6 à 7 jaar, waarvan de ouders hen verplichtten om een kind jonger dan 4 jaar te spelen. Als ze door de mand vielen, was het hele dagje Walibi natuurlijk verprutst, vanwege woedende ouders. Dit kon zo niet langer doorgaan...

Toen besloot Eddy Meeùs om alleen kinderen kleiner dan 1m gratis toegang tot het park te verlenen (dit werd gecontroleerd door een "meetbord" aan de kassa's). Dit systeem werd later door vele Europese parken overgenomen.

Er waren ook bezoekers die gewoon de kassa's omzeilden. Zo werden er soms stukken omheining gewoon stukgeknipt, of waren er bezoekers die via bomen over de omheining sprongen. Dit zorgde ervoor dat Eddy Meeùs beroep diende te doen op een, weliswaar bescheiden, patrouille om de parkgrenzen te controleren.

Ook het personeel zelf was vaak ontrouw. Zo was er bv. ooit sprake van een ticketcontroleur die de tickets gewoon bijhield zonder ze gescheurd te hebben. Deze werden dan doorgespeeld aan een medeplichtige, die ze dan op de parking verkocht. Het was dan niet meer dan logisch dat Eddy Meeùs het "metrosysteem" toejuichte. In het vervolg werden de kaartjes voorzien van een magnetische strook, en dienden ze door een "controlebakje" gehaald te worden (net zoals bij de metro dus).

Ook de spelautomaten werden soms het slachtoffer van gulzige techniekers, die, terwijl ze normaal gezien enkel de automaat dienden te repareren, geregeld wat geld uit het geldbakje haalden. Er werden maatregelen getroffen door de geldpakjes te isoleren van de "machinerie" van de automaat.

Sommige restaurantuitbaters hielden vaak ticketjes achterwege, om zo het geld in eigen zak te kunnen steken. Dit probleem werd verholpen door het aanschaffen van moderne kassa's, die alles perfect registreerden.

Voor het geval van "Avenir Land" was dit een mede-reden waarom de contracten van de uitbaters beetje bij beetje werden opgezegd, zodat Walibi de horeca in eigen handen kreeg. Dit zorgde er ook voor dat er betere service en kwaliteit kon komen.

*) Ondanks er enkele probleempjes waren met sommige medewerkers, was het personeel in het algemeen van uitstekende kwaliteit. De nieuwe medewerkers dienden de juiste ingesteldheid aangeleerd te krijgen, en moesten de parkgeest goed begrijpen (zo was er bv. ooit een onbeschofte parkeerwachter die sommige klanten uitschold omdat ze "nog een metertje naar voor moesten").

Tijdens de eerste jaren was Walibi nog niet echt bekend/groot, wat ervoor zorgde dat het grootste deel van het personeel slechts een tijdelijk contract kreeg.

Naarmate dat Walibi groter en bekender werd, steeg het aantal kandidaten (vooral de jobstudenten boden zich gretig aan, de "jeugdige" sfeer beviel hen). Dit zorgde er voor dat er zware selecties dienden te gebeuren, waarbij niet enkel de basiscapaciteiten getest werden, maar ook de onthaalkwaliteiten en de natuurlijke omgang met mensen werden getest. Ook de tweetaligheid van het personeel werd getest ("Service voor alles")!

Het kwam vaak voor dat velen dezelfde attractie wouden bedienen (dat werd dan hun "territorium"), zo was de Sirocco bv. populairder dan de Wilde Rivier.

Na het ontbijt maakte Eddy Meeùs telkens een wandeling door het park. Dit gaf hem de kans om te kijken of alles naar behoren functioneerde, maar ook om rechtstreeks contact met zijn personeel te hebben.

Het viel Eddy Meeùs op dat velen voor Walibi werkten, gewoon uit passie, want lange tijd waren de salarissen aan de lage kant...

*) Het probleem met al hun originele attracties was dat Walibi vaak zelf eventuele problemen dienden op te sporen, en zelf een oplossing moesten bedenken. Zo werden vaak verbeteringen aangebracht, waar de constructeur van de attractie zich dan vervolgens op inspireerde. Zo werden bv. de wielen van de Sirocco en de Tornado aangepast, zodat ze minder lawaai maakten en een langere levensduur hadden.

Een bijkomend probleem was het moerassige terrein van Walibi. Alle leidingen bevonden zich op slechts 60 cm onder de grond, wat ertoe leidde dat in de winter vaak vele leidingen bevroren (ook werd de ligging van deze leidingen nooit op een concreet plan bepaald!). Bij nieuwe installaties werd het vaak een warboel van verschillende buizen of kabels.

Sommige reparaties dienden heel dringend te gebeuren. Het voorbeeld dat we allemaal kennen, is het Sirocco-incident.

Op zekere dag werd de Sirocco-trein aan een te lage snelheid gelanceerd. Normaalgezien zou de trein niet door de looping geraken, waardoor hij terug naar beneden zou rijden om op de gewone track te blokkeren. Nu was het echter heel wat anders. De trein slaagde erin om te blokkeren net op het bovenste punt van de looping. Het Walibi-personeel had schrik om iets verkeerds te doen, daarom werd de brandweer erbij gehaald. Dit bleek een slechte zet te zijn, aangezien er op die manier een grote paniek onder de bezoekers ontstond en hun materiaal was niet echt aan de situatie aangepast. Gelukkig meldde een dokter ondertussen dat de inzittenden niet veel gevaar liepen, maar er mocht toch niet getreuzeld worden. De angst steeg namelijk met de minuut, en vele journalisten verzamelden zich rondom de Sirocco, om het hele gebeuren vast te leggen. Uiteindelijk besloot Tony van Heer om de attractie te beklimmen, en via een kleine ingreep zorgde hij ervoor dat de hij de trein terug naar beneden kon duwen. Niemand geraakte gewond.

Het kwam tot een rechtszaak, waarin het parket van Nijvel besloot om alle Walibi-attracties, ondanks de veiligheidsnormen, te sluiten om ze vervolgens stuk voor stuk te controleren. Na onderhandelingen mocht Eddy Meeùs het park open houden, maar de Sirocco bleef gesloten.

De attractie werd aangepast en uitvoerig gecontroleerd door AIB Vinçotte. De rechter stuurde vervolgens een expert naar Walibi om het hele zaakje te controleren. Deze besloot dat alles in orde was, zodat de Sirocco terug geopend kon worden.

Dit ongeval zorgde ervoor dat het technisch personeel zich meteen "snel-interventie"-materiaal aanschafte.

*) 1986 was een goed jaar (1,2 miljoen bezoekers: dit getal werd op een gouden stylo gegraveerd en aan Eddy cadeau gedaan door zijn kinderen), maar er waren niet echt grote nieuwigheden gepresenteerd. Er werd dus nagedacht over nieuwe, grootse projecten.

Grote investeringen waren trouwens noodzakelijk, want de bikkelharde concurrentie bleef bestaan, en er waren geruchten over plannen om een Disney-park in Frankrijk te bouwen...